Boekbespreking: Ad van Liempt ontdekt de jaren vijftig

Historicus en journalist Ad van Liempt, die veel succesvolle boeken over de Tweede Wereldoorlog schreef, heeft nu ook de jaren vijftig ontdekt. Hoe gaat hem dat af? Voor Trouw las ik zijn nieuwe boek ‘De roaring fifties’, dat bij uitgeverij Balans verscheen.

Vergeet de landerigheid uit De Avonden van Reve. Ja, u hoort het goed, de jaren vijftig waren bruisend. Oké, de gevel van het door verzuiling, religie en traditie gedicteerde gebouw was nog intact. Maar achter die façade gistte het. Bij een maatschappelijke voorhoede bestuurders, ondernemers en kunstenaars groeide een steeds sterkere overtuiging dat de instituten en ideeën die de basis vormden van het maatschappelijke bestel achterhaald waren.

Boeken over de jaren vijftig zijn de laatste jaren steevast een publiekshit. Of het nu een nostalgisch boek is (Gouden jaren van Annegreet van Bergen) of serieuze kost over de zware jaren na de oorlog in Duitsland (Wolfstijd van Harald Jähner). Ad van Liempt, journalistieke veteraan (Nos, Nova), programmamaker (Andere tijden) en schrijver van een reeks succesvolle boeken over de oorlog, heeft zijn vizier nu ook gericht op dit tijdvak. In De roaring fifties positioneert hij de wederopbouwjaren als een tijd van vernieuwing die preludeert op de flowerpower van de jaren zestig.

Huisvrouwenland

Neem een van de markantste vrouwen in Van Liempts boek, psycholoog Mary Zeldenrust-Noordanus. Zij liep als vrouw duidelijk voor de troepen uit. Zo voorzag zij het einde van Nederland als ‘huisvrouwenland’. Minstens zo baanbrekend was haar overtuiging dat elk mens eigen keuzes mocht maken als het ging om seksualiteit. Verscheen zij op tv, dan kon de omroep rekenen op boze brieven.

Naast Zeldenrust-Noordanus bestaat Van Liempts boek uit tien andere portretten van mannen en vrouwen die een rol van betekenis speelden in de kunsten, media, economie en politiek. Denk aan supermarktondernemer Albert Heijn, minister Marga Klompé of ‘vijftiger’ Remco Campert. ‘Doordouwers’ noemt hij deze wegbereiders van zaken die voor ons vanzelfsprekend zijn.

Continuïteit dus en geen breuk, al zat de oude orde nog stevig in het zadel. De Vara-leiding vond het nog heel vanzelfsprekend om Annie M.G. Schmidt op de vingers te tikken. Haar vergrijp? Ze gebruikte termen als ‘kontje’, ‘verrek’ en ‘stik’. De oude moraal was ogenschijnlijk nog oppermachtig, maar wie scherp keek zag een stevige laag craquelé, stelt Van Liempt. Over het algemeen lukt het Van Liempt aardig om op persoonlijk niveau een schets te geven van de veranderingen die in de lucht hingen. Al is niet elke persoon even goed getroffen. Neem ingenieur Johan van Veen, het brein achter de Deltawerken. Was hij echt zoveel revolutionairder dan zijn voorganger Cornelis Lely, ver vóór de oorlog al de bedenker van Afsluitdijk en Flevopolder?

Stan Huygens Journaal

Dan mikt Van Liempt bij de vrijwel in vergetelheid geraakte jazzpianiste en zangeres Pia Beck beter. De voortvarendheid waarmee zij zich in de kijker speelde van het Stan Huygens Journaal in de Telegraaf doet nog steeds eigentijds aan. Societyjournalistiek was een nieuw fenomeen en Beck haakte handig aan bij de groeiende behoefte aan entertainment. ‘Zij was in de jaren vijftig de nieuwe tijd zelf’, schrijft Van Liempt.

Het is goed dat Van Liempt meehelpt om het vooroordeel te slechten dat de vijftiger jaren louter een muffe periode waren. Al is hij er, bijna een kwarteeuw nadat historicus James Kennedy repte over ‘Nieuw Babylon in aanbouw’, allerminst vroeg bij, sterker: hij steunt vrijwel uitsluitend op inzichten en werk van tal van historici en biografen voor hem, met name historicus Hans Rigthart. Een en ander tikt Van Liempt evenwel op met een soepele, journalistieke pen.

Lees de tekst ook op de website van Trouw